1. Sinterklaas (begin december)

  • Knutselen: Mijter van papier vouwen + versieren met glitters en pietenmutsjes van wc-rolletjes.
  • Koken/proeven: Pepernoten bakken (kant-en-klare mix) of speculaasjes uitsteken met koekjesdeeg.
  • Buiten: Sint Maarten-lantaarnoptocht nabootsten (met eigen gemaakte lampionnen van papier) of pieten-parcours rennen.
  • Educatief: Praat over delen (cadeautjes geven) en tradities – liedjes zingen zoals “Sinterklaas kapoentje”.

2. Kerstmis (december)

  • Knutselen: Kerstboom van handafdrukken (groene verf + sterren plakken) of sneeuwvlokken van papier vouwen/snijden.
  • Koken/proeven: Kerststollen of appelflappen maken (kant-en-klaar bladerdeeg + appelvulling).
  • Buiten: Kerstbomen zoeken in de buurt of sneeuwballen gooien (als er sneeuw is) – anders stoepkrijt sneeuwmannen tekenen.
  • Educatief: Verhaal van de geboorte van Jezus (simpel) of lichtjes in het donker – lampionnetjes hangen.

3. Oud & Nieuw / Nieuwjaar (december/januari)

  • Knutselen: Vuurwerk van tissuepapier rollen + confetti plakken of aftelklok maken met cijfers.
  • Kopen/proeven: Oliebollen proeven (kant-en-klaar of mini-versie bakken) of druiven eten om middernacht na te spelen.
  • Buiten: “Vuurwerk” dansen met linten of rennen met fakkels (veilige LED).
  • Educatief: Wensen voor het nieuwe jaar opschrijven en in een doos stoppen.

4. Carnaval (februari/maart, afhankelijk van datum)

  • Knutselen: Maskers van papier bord versieren met veren en verf of prinsessenhoedjes.
  • Koken/proeven: Nonnevotten of oliebollen-achtig gebak proeven.
  • Buiten: Optocht lopen op het plein met zelfgemaakte instrumenten (maracas van wc-rollen met rijst).
  • Educatief: Feest van omdraaien rollen – wie wil juf zijn vandaag?

5. Pasen (maart/april)

  • Knutselen: Paaseieren verven met natuurlijke kleurstoffen (bieten, uienschillen) of konijnenoren van papier.
  • Koken/proeven: Paasbroodjes bakken of eieren pellen en eten in een nestje van brood.
  • Buiten: Paaseieren zoeken in de tuin/plein (verstoppen met hulpouders).
  • Educatief: Lenteverhaal: bloemen groeien, kuikens uit ei – natuurwandeling.

6. Koningsdag (27 april)

  • Knutselen: Oranje kroontjes of vlaggetjes slinger maken van oranje papier.
  • Koken/proeven: Oranje tompouce proeven of sinaasappel-sap persen.
  • Buiten: Koningsspelen: estafette met oranje ballen of vrijmarktje spelen (ruil spulletjes).
  • Educatief: Koning en Nederland vieren – lied “Wilhelmus” zingen.

7. Sint Maarten (11 november)

  • Knutselen: Lampionnen van papier vouwen of pompoen-achtig gezichtje op fles.
  • Koken/proeven: Worteltaart of appelmoes proeven (herfstig).
  • Buiten: Lampionnenoptocht lopen rond het plein (met liedjes zingen).
  • Educatief: Delen met armen – mandarijnen uitdelen.

8. Valentijnsdag (14 februari)

  • Knutselen: Hartjesketting van rood papier of “jij bent lief”-kaartjes met handafdruk.
  • Koken/proeven: Hartvormige pannenkoeken bakken of fruitspiesjes in hartvorm.
  • Buiten: Hartjesjacht (verstop hartjes met lieve berichten).
  • Educatief: Vriendschap en liefde in de klas – kring: wie vind jij lief?

9. Halloween (31 oktober)

  • Knutselen: Pompoenen van oranje papier vouwen of spookjes van tissues.
  • Koken/proeven: “Monster”-smoothies (groene kleur met spinazie + fruit).
  • Buiten: Spookjesjacht of verkleed rondje lopen.
  • Educatief: Herfst en eng maar niet eng – praten over angsten overwinnen.

10. Seizoensfeesten (algemeen: herfst, lente)

  • Herfst: Bladerenkransen knutselen + pompoensoep proeven + buiten bladeren verzamelen en mandala leggen.
  • Lente: Bloemen van tissuepapier + eieren verven + buiten madeliefjesketting maken.